Open water zwemmen en flow: 7 uur, 21,5 km en één mentale strategie

Flow Swim Coaching · 9 augustus 2025 · Vidöstern, Zweden

Open water zwemmen: hoe 21,5 km waanzin me flow, focus en mentale kracht gaven

21,5 kmAfstand
~7 uurZwemtijd
11.000Slagen
#3Ultramarathon

Op 9 augustus 2025 stond ik voor de start van mijn derde ultramarathon in open water: de Vidösternsimmet in Zweden. 21,5 kilometer langeafstandszwemmen door een meer dat bekendstaat om zijn eindeloosheid, zijn bruinige water en zijn onvoorspelbare wind en golven.

Je zou denken dat het na twee eerdere edities makkelijker wordt. Nee dus. Zeven uur zwemmen wordt nooit een dag op kantoor. Maar elke editie voelt als een nieuw avontuur — een unieke beproeving die iets toevoegt aan mijn palet van intense ervaringen. En telkens brengt het echte levenslessen over mentale kracht en uithoudingsvermogen.

Geert Wijn voor de start van de Vidösternsimmet 2025

Klaar voor de start — Vidöstern, 9 augustus 2025

Voorbereiding: slechts twee weken mentaal

Andere jaren gingen gepaard met intensieve voorbereiding: lange trainingssessies, testzwemmen, extreme afstanden. Dit keer niet. Deze editie verscheen pas écht op mijn mentale netvlies twee weken voor de start. De voorbereiding? Mentaal opladen en gewone trainingen.

Daarbovenop: een blessure aan mijn elleboog. Na zorgvuldige analyse en testzwemmen concludeerde ik dat ik er met aangepaste techniek omheen zou kunnen zwemmen. Een gecalculeerd risico — maar geen garantie. Want in zeven uur zwem je zo’n 11.000 slagen. Meer dan genoeg voor een mislukking.

💡 Herken jij dit?

Ook als zwemmer bereid jij je soms voor op een uitdaging met minder tijd dan je wilt. Mentale voorbereiding is dan minstens zo belangrijk als lichamelijke. Wat is jouw strategie als je minder tijd hebt om te trainen?

De uitdagingen op het water

En die uitdagingen kwamen. Allemaal tegelijk:

  • Elleboogblessure — met aangepaste techniek omheen gezwommen
  • Wind en golven tégen over bijna de volledige 21,5 km
  • Dreigende kramp na 16 km, brandend aanwezig in mijn kuiten
  • Plots protesterende andere elleboog met stekende pijnscheuten
  • Eindeloos bruinig water met weinig zicht
  • Voortdurend geklots en onvoorspelbare golven
  • Een knellend pak op onhandige plekken
  • Boeien die maar niet dichterbij wilden komen
  • Langzamer eindigen dan starten — en langzamer dan de vorige editie
  • Gedachten die begonnen te malen en de verleiding om te stoppen

Elke factor apart kan genoeg zijn om je uit de race te halen. En toch… ik bleef doorzwemmen.

~ ~ ~

De sleutel: Flow door Focus

De doorslaggevende factor zat niet in kracht of voorbereiding, maar in mentale strategie. Ik focuste op techniek, op ademhaling, op tellen. Dat werd mijn ritme, mijn houvast.

Mentale truc: 5 etappes in plaats van 21,5 km

Een van mijn belangrijkste mentale trucs was de opdeling van de 21,5 km in vijf etappes. De langste was 5,5 km — op zich al een flinke afstand, maar mentaal heel overzichtelijk.

Mijn mindset: ik zwom niet 21,5 kilometer. Ik zwom vijf keer een afzonderlijke afstand. Elke etappe was een nieuwe start, met zijn eigen focus en energie. Bij elke boei die het einde van een etappe markeerde, resettte ik mezelf volledig — alsof ik opnieuw aan de start stond.

Vijf keer opnieuw beginnen is mentaal veel lichter dan één keer 21,5 km volhouden.

  • Etappe 1 — verse benen, energie hoog: gewoon starten
  • Etappe 2 — ritme vinden, techniek bewaken
  • Etappe 3 — het langste stuk en zwaarste mentale punt: hier begint het echte werk
  • Etappe 4 — kramp dreigt, pijn groeit: focus op alleen dit stuk
  • Etappe 5 — laatste start, alles wat je nog hebt

En aan het einde van elke etappe? Een kleine beloning — iets te eten of te drinken. Simpel, maar na uren in koud bruinig water is een slok of een hapje goud waard. Je brein weet: als ik dit stuk uitzwem, volgt er iets goeds.

Het principe is universeel: kleine mijlpalen + kleine beloningen = grote afstanden.

Route Vidösternsimmet 2025 met 5 etappes

De route van 21,5 km verdeeld in 5 etappes — Vidöstern, Zweden

“Flow is being completely involved in an activity for its own sake. The ego falls away. Time flies. Every action, movement, and thought follows inevitably from the previous one.”

— Mihaly Csikszentmihalyi

Het doel was niet een snelle tijd. De vraag was: kan ik, door bewust in flow te blijven, deze tocht volbrengen ondanks alle uitdagingen?

Het antwoord: ja.

Hoe ziet flow er in de praktijk uit?

Tijdens de zwemtocht gebruikte ik drie concrete focuspunten om in flow te blijven:

  • Tellen in blokken van 10 slagen — elke slag telt, niet de afstand
  • Per blok één techniekcheck: ligging, arm intrede, rotatie
  • Bij pijn of twijfel: terug naar de ademhaling, niet naar de kilometers

Kleine ankerpunten houden je brein bezig met wat je kunt beïnvloeden — niet met wat je niet kunt.

Wat dit betekent voor jouw zwemmen

Als zwemcoach zie ik dit elke week bij mijn zwemmers: wie via techniek in flow komt, zwemt niet alleen sneller — maar ook lichter, en met meer plezier. Flow is geen toeval. Het is het resultaat van de juiste focus op het juiste moment.

Dit is precies waar mijn coaching op stuurt. Techniek als sleutel tot flow. Flow als sleutel tot betere prestaties én meer plezier in het water.

“The best moments usually occur when a person’s body or mind is stretched to its limits in a voluntary effort to accomplish something difficult and worthwhile.”

— Mihaly Csikszentmihalyi

Les en afsluiting

In flow wordt tijd vloeibaar. Pijn en vermoeidheid blijven, maar verliezen hun macht. Je ziet ze, accepteert ze, en gaat door. Het is mindfulness in beweging — een legale high die verslavend werkt.

En ik ben verslaafd. Gelukkig aan iets dat gezond is, voldoening geeft en altijd weer nieuwe lessen brengt.

🌊 Jouw beurt

Herken jij dit gevoel — in het water of daarbuiten? Wanneer kom jij in flow? Deel het hieronder of stuur me een bericht. Ik lees ze allemaal.

Grow with Flow. 🌊
G

Geert Wijn

Zwemcoach & oprichter Flow Swim Coaching. Gespecialiseerd in techniek, flow en duurzame prestatie.

Wil jij zwemmen vanuit flow?

Ontdek hoe de juiste techniek jou niet alleen sneller maakt, maar ook lichter en met meer plezier in het water brengt.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Waarom de perfecte zwemslag niet bestaat (en waarom dat goed nieuws is)

Je kent het wel die filmpjes op het internet net de perfecte zwemmer. Hoge ellebogen, lange slagen, een soepele rotatie, en zo weinig spetters dat je je afvraagt of die eruit zijn gemonteerd. Je kijkt de video drie keer. Je gaat naar het bad. En tien minuten later zwem je alsof je zelf in een centrifuge zit.

Het slechte nieuws: die perfecte zwemmer bestaat niet echt. Of liever: het fragment dat je ziet is twee seconden uit een training die je voor de rest nooit te zien krijgt. Je ziet niet hoe hij zwemt na twee kilometer, niet hoe zijn slag afbrokkelt onder vermoeidheid, niet wat er gebeurt als het water koud is, de golven hoog zijn en zijn ontbijt te zwaar was.

Het goede nieuws: dé perfecte techniek bestaat al helemaal niet. En zodra je dat accepteert, wordt zwemmen een stuk interessanter.

Techniek is geen standaardwerk

De meest hardnekkige misvatting in de zwemsport is dat techniek iets statisch is. Alsof je één keer “de juiste slag” leert, die in je geheugen opslaat en vervolgens de rest van je zwemmende leven onveranderd uitvoert.

In werkelijkheid is techniek voortdurend in beweging. Bij vermoeidheid verander je. Bij hogere snelheid verander je. In open water, met golven en kou en de onzekerheid van geen zwarte lijn op de bodem, verander je weer. Met de jaren verandert je lichaam en dus je slag. Dat is geen tekortkoming, dat is biologie.

Goede zwemmers weten dit. Ze hebben geen één techniek, ze hebben een repertoire. Soms vraagt de situatie om een hogere slagfrequentie, soms om een compactere armbeweging, soms om bewust meer ondersteuning vanuit de benen. Ze schakelen. Niet omdat ze hun techniek niet kennen, maar juist omdat ze hem begrijpen.

Mijn eigen les: van sprinter naar ultra-zwemmer

Ik heb dit van dichtbij meegemaakt. Van nature ben ik meer een 25-meter-bad-type: krachtig, gespannen, gericht op snelheid. Dat werkt prima als het bad een duidelijk eindpunt heeft.

Toen ik besloot langere afstanden te gaan zwemmen — uiteindelijk tot 21 kilometer open water — bleek mijn vertrouwde aanpak niet houdbaar. Andere open water zwemmers wezen me er vriendelijk maar duidelijk op dat ik dit slagtempo nooit 21 kilometer zou volhouden. Ze hadden gelijk.

De omschakeling heeft me zes maanden intensief en doelgericht trainen gekost. Niet alleen conditioneel, maar vooral technisch. Ik moest leren rustiger te zwemmen dan comfortabel voelde. Efficiënter ademen, variëren in slagfrequentie, ontspannen terwijl alles in mij zei dat ik harder moest werken. En ik moest accepteren dat een slag die er minder goed uitziet, soms beter werkt.

Open water leerde me de rest. Als de golven hoog zijn, zwem je compacter. Als je koud bent, verhoog je je slagfrequentie voor warmte en stabiliteit. Als je uur acht ingaat, doe je wat werkt, niet wat mooi is. Dat zijn geen fouten. Dat is aanpassen. En door te leren aanpassen ben ik technisch veelzijdiger geworden dan ik ooit was als sprinter.

Nadat ik stopte met racen, ben ik pas echt gaan zwemmen.

Ontspanning is het meest onderschatte technische element

Hier wil ik even bij stilstaan, want dit wordt structureel over het hoofd gezien: spanning is de vijand van efficiëntie.

Ik doe tientallen videoanalyses per maand en zie het steeds terug: zwemmers die alles technisch correct proberen te doen — perfecte handinsteek, perfecte catch, perfecte rotatie — maar ondertussen rijden hun schouders op tot aan hun oren. Het resultaat is technisch herkenbaar maar energetisch verspillend. Ze zwemmen alsof ze het water iets bewijzen willen.

Ontspan je, en er ontstaat vanzelf meer ruimte in de slag. Meer ritme. Meer controle. Niet omdat je minder doet, maar omdat je anders doet. Soms zit de oplossing helemaal niet in de armbeweging, maar in de ademhaling, de houding, of simpelweg in loslaten.

Efficiëntie wint altijd van perfectie

Kijk naar topzwemmers op hoog niveau en je ziet geen uniforme techniek. De één zwemt hoge frequentie, de ander juist rustiger. Brede recovery, compacte recovery. Veel rotatie, weinig rotatie. Wat ze gemeen hebben is efficiëntie, duurzaamheid en controle — niet een identieke uitvoering.

Als dat op wereldniveau al zo is, waarom zouden recreatieve zwemmers dan allemaal hetzelfde moeten zwemmen?

Voor mij gaat goede techniek niet over hoe mooi een slag eruitziet. Het gaat over hoe goed hij werkt: nu, voor jouw lichaam, onder deze omstandigheden, op deze afstand. Duurzaam, ontspannen, aanpasbaar.

De grootste stap in zwemontwikkeling is misschien wel stoppen met proberen te zwemmen als iemand anders. En in plaats daarvan ontdekken wat voor jóu werkt. Dat is minder sexy dan een perfecte YouTube-slag. Maar het brengt je verder.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *